Bakkerij Blankendaal

Bakkerij Blankendaal, waar bakken nog een ambacht is...
020-6790172    [email protected]

Bij ons in Zuid...

 

Een bakker is soms net een mens en net als de meeste mensen hebben zij ook hobby’s. Eén van mijn hobby’s is schrijven, dus hoop ik u wekelijks te verrassen met een stukje onder de rubriek Bij ons in Zuid…

 

Er zijn van mij ook twee boeken verschenen:

Help mijn dochter pubert (ook in het Engels verschenen)

en

Oh, Eerwaarde

Beiden zijn te koop bij elke erkende boekhandel, bij Bol.com, bij Ako.nl, bij Bruna.nl, etc.

Mocht u een gesigneerd exemplaar willen kunt u altijd een boek in onze winkel kopen, ik signeer het dan graag voor u!

Een aantal van de eerder geplaatste stukjes in deze rubriek zijn gebundeld in het boekje 

Zadelpijn in Zuid.

Dit boekje is bij ons te koop voor 14,95

 

Uiteraard zijn deze verhaaltjes pure fantasie en niet gebaseerd op de werkelijkheid

overzicht:  volledig / samenvatting

Jaap

Geplaatst op 5 oktober, 2020 om 6:10 Comments reacties (0)

Jaap

 

Jaap droeg een mondkapje. Hij was een jaar of tweeënzeventig en woonde met zijn vrouw en hun labrador op de Stadionkade. Vroeger was hij accountant geweest en hij mocht graag met smaak vertellen over de klanten die hij vroeger had bijgestaan. Hij mompelde eerst iets wat ik vertaalde als goedemorgen, toen deed hij zijn bestelling. Ik verstond er werkelijk geen klap van dus vroeg ik om het even te herhalen. Hij probeerde het nu wat langzamer waaruit ik opmaakte dat hij een Kloosterbroeder wilde maar de rest verstond ik nog niet. Na nog wat gemurmel en vooral wijzen begreep ik dat hij nog twee croissants en twee gevulde koeken wilde. Omdat hij normaal altijd op maandag over het voetbal van het afgelopen weekend begon vroeg ik wat hij gisteren van Ajax vond. Jaap knikte maar wat hij zei was weer niet te verstaan. Ik begreep er geen barst van, de meeste mensen die een mondkapje droegen waren goed te verstaan en anders trokken ze het vaak even naar beneden om hun wensen kenbaar te maken en dan deden zij het kapje weer op z’n plaats. Ik zag aan Jaaps gezicht dat hij het zelf ook in de gaten, hij keek me boven zijn kapje geïrriteerd aan. Toen keek hij om zich heen, haalde verontschuldigend zijn schouders op en trok zijn mondkapje naar beneden. ‘Sorry hoor, Bert,’ zei hij, ‘mijn bovengebit is gebroken en ik dacht met dat kapje op ziet toch niemand het. Wist ik veel dat ik ook niet te verstaan ben.’ Zelfs nu, met zijn kapje naar beneden, klonk het of hij dronken was. Ik begon te lachen, Jaap lachte mee, het klonk als het hinniken van een paard. De volgende dag kwam zijn vrouw brood halen, ze vertelde dat Jaap ’s middags zijn gerepareerde gebit kon halen. En inderdaad kwam Jaap die dag erop weer zelf. Hij droeg geen mondkapje. ‘Hé geen mondkapje?,’ vroeg ik. ‘Waarom,’ reageerde Jaap, ‘het is niet verplicht en mijn gebit is weer heel.’

 

Aardig

Geplaatst op 2 oktober, 2020 om 5:40 Comments reacties (0)

Aardig

 

Mevrouw Warder bestelde haar gebruikelijke halfje panbruin. Ze woonde twee straten verderop, was eind vijftig en had een gezicht dat altijd misprijzend de wereld in keek. Mijn vader noemde dat vroeger een gezicht van oude lappen. Ze was, zoals altijd, gekleed in het bruin met een paar herenschoenen er onder. Ze snoof door haar neus, ‘Mijn onderbuurmeisje zei gisteren tegen mij dat zij mij niet aardig vond. Nou ze moest eens weten hoe ik over hun denk.’ Ik kende haar onderburen en ook het dochtertje, een leuk meisje van een jaar of acht dat mij opa bakker noemde. ‘Ach, kinderen flappen er zo veel uit, daar zou ik niet te veel aandacht aan schenken,’ meende ik. Mevrouw Warder kneep haar toch al dunne lippen nog stijver op elkaar, ‘Het interesseert me totaal niet of iemand mij aardig vindt of niet. Dat is typisch iets van deze tijd, iedereen wil maar aardig gevonden worden. Nou ik niet hoor, het interesseert mij helemaal niets. Ieder jaar geeft dat stel een barbecue en ieder jaar zitten ze dan tot één uur in de tuin. En maar praten en maar stinken. Ieder jaar ga ik klagen maar denk je dat helpt? En dan denken ze dat ze slim zijn en nodigen ze mij ook uit, nou ik prakkiseer er natuurlijk niet over. Of dat nou aardig is of niet. Ik hoef niet aardig gevonden te worden, sterker nog ik zou het niet eens willen.’ ‘Nou ja,’ opperde ik voorzichtig, ‘het is toch ook niet leuk wanneer iedereen een hekel aan je heeft.’ ‘Het maakt mij geen donder uit, denk jij dat koningin Wilhelmina zich ooit heeft afgevraagd of ze wel aardig gevonden zou worden?’ ‘Tja, maar toen hadden we nog echt een feodale maatschappij, dat is toch niet meer te vergelijken met onze tijd,’ wierp ik tegen. Mevrouw Warder trok haar wenkbrauwen op, ‘Nou ik ben niet van plan om hier over te discussiëren met een bakker.’ Ik vond het allang best, begin er dan niet over dacht ik bij mijzelf. Ze pakte haar halve broodje van de toonbank, ‘Jij zult mij heus niet aardig vinden en ik vind jou ook niet aardig, want waarom zou ik, maar je brood is goed en daarom kom ik hier. En zo hoort het ook.’ Ik lachte vriendelijk, ‘Ik wens u toch een hele fijne dag.’ ‘Ja ja, dat zal wel,’ was het antwoord.

 

Sven

Geplaatst op 21 september, 2020 om 6:05 Comments reacties (0)

Sven

 

Sven stond in de winkel, een goedlachse jongen van negen jaar, lang voor zijn leeftijd en getooid met een witte bos haar. Hij kwam tegenwoordig vaak alleen en een tufsteker was bij de familie het favoriete broodje. Ik gaf hem zijn broodje toen hij me vroeg, ‘Bakker, wat was er honderd jaar geleden nog niet en nu wel?’ Ik haalde mijn schouders op, ‘Tja dat kan zo veel zijn… een computer misschien.’ ‘Nee hoor,’ lachte Sven, ‘jij en ik!’ Ik lachte ook wat voor Sven aanleiding was nog even door te gaan, ‘Als je midden op een brug staat en aan de ene kant staan twee poema’s en aan de andere kant staat een jaguar wat zou jij dan doen?’ Ik wist het niet. ‘Nou je trekt eerst de puma’s aan en dan rijd je weg in de jaguar!’ Zijn jongenskop glunderde. Toen hij zag dat er geen klanten achter hem stonden besloot hij er nog een tegen aan te gooien, ‘Weet jij hoeveel letters het alfabet heeft?’ ‘Zesentwintig?,’ antwoordde ik vragend. ‘Nee hoor, twintig! Want de cd’s zijn uitverkocht, de KLM is weggevlogen en de thee is opgedronken!’ Inmiddels was Linda binnen gekomen met haar dochtertje Vlinder, een meisje van acht met een mooie paardenstaart. Zij hadden de laatste grap van Sven gehoord en lachten mee. Toen vroeg Vlinder aan Sven, ‘Wat zegt de ene ballon tegen de andere als ze in de woestijn lopen?’ Sven had geen idee, ‘Kijk uit voor die cactussssss,’ lachte Vlinder. Omdat ze licht sliste klonk het nog grappiger.


Ik dacht terug aan mijn eigen tijd op de lagere school, ook toen wemelde het van de flauwe, onschuldige grappen waarmee je echter wel -zo bemerkte ik al gauw- heel populair werd bij de meisjes. Tot ik echter tijdens een speelkwartier -zo werd de pauze toen nog genoemd- Coby, het mooiste meisje van de klas kuste. Hoewel zij het wel prettig leek te vinden ging ze, op aandringen van haar vriendinnen, later toch naar de juf om over mij te klagen. Juffrouw van Hees was een al wat oudere en verstandige onderwijzeres. Ze heeft mij er nooit op aangesproken en – mijn grootste angst- ook nooit wat tegen mijn moeder gezegd hoewel zij toch dagelijks bij ons in de winkel kwam.


Vlinder keek mij lachend aan, ‘Weet jij hoe ze een olifant uit het water halen?’ Ik veinsde het antwoord niet te weten, ‘Met een hijskraan?’ ‘Nee hoor, nat!,’ gierde Vlinder het uit.

 

Thijs

Geplaatst op 10 september, 2020 om 5:15 Comments reacties (0)

Thijs

 

‘Bert ik ga even hier voor op het bankie zitten, kan jij zo een tosti en een cappuccinootje brengen?’ Met een plof liet Thijs zijn logge lichaam op de bank voor de winkel vallen. Hij was een kilo of honderdtwintig, tweeënzestig jaar en vroeger vuilnisman geweest. Tegenwoordig haalde hij woningen leeg of schuren, zolders, garageboxen en dergelijke. Soms in opdracht van een huiseigenaar maar meestal in opdracht van een familie na een sterfgeval. De rommel bracht hij naar de vuilstort en wat nog enige waarde had ging naar een bric-bracwinkel. Zelf kon hij amper meer bukken of tillen maar hij had een legertje studenten die hij altijd kon inschakelen. ‘Nog interesse in een setje bijzettafeltjes?’, vroeg hij toen ik zijn bestelling bij hem neerzette. Hij liet op zijn mobieltje een foto zien van drie zware eiken tafeltjes zien. ‘Echt Oisterwijk,’ zei hij. Ik bedankte. ‘Een mooi ledikant hoef je zeker ook niet? Misschien wil je vrouw nou eindelijk wel eens apart slapen.’ ‘Welnee joh, we hebben al jaren een stapelbed,’ zei ik lachend. Thijs grijnsde terwijl hij zijn koffie roerde. ‘Al die eiken meubeltjes zijn geen moer meer waard, jongen. Niemand wil er meer bijzitten zoals opa en oma. Stookhout is het, meer niet.’ Hij nam een grote hap van zijn tosti. ‘Wel een heel leuk wijfie,’ zei hij met volle mond, ‘het is de woning van haar oma,in Amstelveen, die ik leeg moet halen en het is een echt een leuke meid en ook echt mooi. Een jaar of vijfendertig denk ik, maar gewoon vriendelijk weet je wel. Zet een bakkie koffie en zo, nee dat maak je wel eens anders mee.’ Ik knikte en liep de winkel weer in. De volgende dag klopte Thijs op de bakkerijdeur, ‘Hier,’ zei hij, mij een blauwe glazen vaas in mijn handen duwend, ‘dat vind jouw vrouw vast wel mooi.’ Twee weken later kwam hij al om half zeven in de winkel. ‘Weet je nog van dat huisie in Amstelveen dat ik leeg moest halen?’ Ik knikte bevestigend, ‘Ja bij die aardige meid.’ Thijs ontplofte bijna, ‘Aardige meid? Een secreet dat is het! Heb ik dat hele huisie leeg gehaald, tot de vloerbedekking aan toe, alle gaatjes in de muren netjes dicht geplamuurd kortom het zag er gelikt uit, en wat denk je… weigert dat wijf me te betalen! Je hebt al genoeg waardevols meegenomen zegt ze.’ Hij schudde vertwijfeld zijn hoofd, ‘Waardevols…, het meeste kon zo naar de stort. Maar ja, wat moet je nou? Procederen? Dan ben je meer aan een advocaat kwijt dan dat het oplevert.’ Hij haalde eens diep adem, ‘Ja Bert, een vrouw is net een paddenstoel, als je de verkeerde treft ga je er aan kapot!’

 

Beledigd

Geplaatst op 4 september, 2020 om 7:10 Comments reacties (0)

Beledigd

 

Een meisje van een jaar of twee, drie kwam met haar moeder de winkel in. ‘Hoi, wat heb jij een mooie jurk aan,’ zei ik tegen haar. Het meisje glunderde, maar haar moeder was not amused. ‘Dat zou je ook niet zeggen als zij een jongen was, dus het is hoe dan ook seksistisch.’ Ik kende de moeder niet, zij was achter in de twintig, had halflang blond haar en een ontevreden blik. Zij droeg een spijkerbroek met gaten en een wit, ruimvallend shirt. Ik keek eerst even of zij het grappig bedoelde maar zag al snel dat dat niet het geval was. ‘Nou, je ziet ook weinig jongens in een mooie jurk,’ zei ik, ‘maar dan zeg ik ook wel eens wat heb je een mooie pet op of iets dergelijks.’ ‘Het blijft een stomme opmerking, en juist in deze tijd zou je toch mogen verwachten dat een man weet dat dit echt niet meer kan,’ vond zij. Ik voelde de irritatie in me opkomen. ‘Sommige mensen zijn wel erg snel op hun teentjes getrapt tegenwoordig, ik bedoel er verder niets mee en je moet niet overal iets achter zoeken. Nog even en niemand durft nog iets te zeggen, nou dan heb je een lekkere samenleving…’ De moeder was niet overtuigd, ‘Juist dat het blijkbaar onbedoeld is maakt het zo gevaarlijk. Jij vindt het heel gewoon om zoiets te zeggen en daardoor veranderd er niets. Want wat voor jou geldt, geldt voor de hele maatschappij. Het is allemaal zogenaamd goed bedoeld, en je hebt het als vrouw allemaal maar te slikken. Die mentaliteit moet er gewoon uit! Denk eens na voor je wat zegt. Realiseer je eens hoe het bij een ander overkomt…, maar ja bij jouw generatie zal dat wel nooit meer goedkomen.’ Ik haalde even diep adem en zei toen rustig, ‘Ik heb helemaal geen zin in deze discussie en ik heb al helemaal geen zin om al mijn woorden op een goudschaaltje te wegen. Sterker nog dan krijg je volgens mij een afschuwelijke samenleving. Ik ben tegen het beledigen van wie dan ook, maar ik wil in mijn winkel ook graag een prettig sfeertje hebben dus een grapje of een vriendelijke opmerking moet altijd kunnen.’ ‘Maar niet als zo’n zogenaamde vriendelijke opmerking beledigend, seksistisch, of racistisch is,’ was haar bitse antwoord. Ik schudde mijn hoofd, ‘Zoals ik al zei, ik heb hier geen zin in. Nou, kom op wat wil je hebben?’ ‘Wat dacht je van excuses?,’ vroeg ze. Ik keek haar verbijsterd aan, ‘Nou sorry hoor, maar ik zou niet weten waarvoor.’ De vrouw nam haar dochtertje bij de hand en liep de winkel uit. Het meisje zwaaide en lachte vrolijk naar me. Ik zwaaide lachend terug, er gloorde toch nog hoop.

 

Stella

Geplaatst op 24 augustus, 2020 om 8:05 Comments reacties (0)

Stella

 

Er kwam een echtpaar wat kibbelend de winkel binnen. Ze woonden om de hoek, hij heette Jos en zij Karin. Hij was sinds een jaar of drie gepensioneerd gemeenteambtenaar en zij was een jaar geleden gestopt met haar pedicure aan huis. Ze liepen tot aan de toonbank en Karin keek mij hoopvol aan, ‘Wat vind jij nou Bert, ik word volgende week zestig en nou vroeg ik als verjaarscadeautje een elektrische fiets. Sinds Jos gestopt is met werken maken we regelmatig een fietstochtje en dan lijkt een elektrische fiets mij gewoon makkelijk.’ Ze haalde even diep adem. ‘Hij zegt dat ik al aardig een oud wijf begin te worden,’ zei ze, Jos een boze blik toewerpend. Jos vond het blijkbaar tijd om zich te verdedigen, ‘Ik vind haar nog veel te jong voor zo’n ding. Een elektrische fiets is het begin van de aftakeling.’ Karin’s ogen werden donkerder, ‘Waar slaat dat nou op?’ Ze keek mij vragend aan. ‘Ik heb werkelijk geen idee,’ zei ik, ‘ik heb nog nooit op zo’n fiets gereden dus ik kan daar niets zinnigs over zeggen.’ ‘Nou het begint met een elektrische fiets, dan volgt de rollator en het eindigt in een rolstoel,’ zei Jos met een ongeduldige ondertoon in zijn stem. Ik besloot net te doen of het grap was, ‘Ja en dan ben je een wandelstok nog vergeten. En je hebt natuurlijk ook nog de scootmobiel en dan eindigen jullie uiteindelijk samen in zo’n vijfenveertig-kilometerkarretje.’ Jos begon ook te lachen maar Karin zat het nog steeds hoog, ‘Je ziet verdomme al kinderen van de middelbare school die met zo’n fiets rijden en dan zal ik daar nog veel te jong voor zijn.’ Ik had natuurlijk veel liever dat ze deze discussie thuis zouden voortzetten en vroeg, ‘Een turfsteker zeker,’ onderwijl het broodje vast in de snijmachine leggend. Jos knikte. Karin gaf het nog niet op, ‘Mijn vader was vijfenveertig toen hij een Solex kocht en hij was maar wat blij dat hij niet meer hoefde te fietsen.’ Jos schudde zijn hoofd, ‘Maar die moest iedere ochtend met de fiets naar zijn werk. Door weer en wind, terwijl wij alleen gaan fietsen als het mooi weer is. Dat is nogal een verschil.’ Karin wierp demonstratief haar haren naar achter en rekende af. Elkaar niet aankijkend verlieten zij de winkel.

 

Twee weken later vroeg Karin, Én hoe vind je m’n Stella?’ Ik keek naar buiten en zag daar een mooie elektrische fiets staan. ‘Hij ziet er schitterend uit,’ prees ik. Karin glunderde. Tot mijn grote verbazing zag ik echter een maand later Jos een nieuwe elektrische fiets voor de winkel zetten. Ik zei niets maar keek hem vragend aan. Hij haalde verontschuldigend zijn schouders op, ‘Ja Bert, Karin lekker een beetje freewheelend naast me rijden en ik me het schompes trappen. Ik ben gekke Henkie niet.’

 

Smetvrees

Geplaatst op 6 augustus, 2020 om 1:05 Comments reacties (0)

Smetvrees

 

‘Ik moet vanmiddag nog bij mijn zus op visite, ze is vandaag jarig,’ zei Eric-Jan, een goede dertiger die werkte in de horeca. Hij had kort haar, een stoppelbaardje en droeg een gele broek met een rood/grijs gestreepte polo. ‘Leuk toch, en gefeliciteerd,’ reageerde ik. Eric-Jan keek bedenkelijk, ‘Nou leuk, ik voel me daar nooit helemaal op mijn gemak. Mijn zus heeft smetvrees en daar kan ik maar moeilijk mee omgaan. D’r huis is al sterieler dan een operatiekamer, en ik ben altijd bang dat ik daar iets doe waar zij niet blij van wordt. Ik heb zelf een hond, dat is de reden dat zij nooit naar mij komt, en ik ben als de dood dat ik een hondenhaartje meebreng.’ Hij zuchtte, ‘Je weet dat ik zelf in de keuken werk dus ik weet heus wel iets van hygiëne, maar bij haar is het zo overdreven. Ik wed dat ze nog wegwerphandschoenen aantrekt als ze moet schijten.’ Ik moest lachen, ‘Woont ze alleen of heeft ze een vriend?’ ‘Ze is al twaalf jaar getrouwd, heeft ook twee meiden maar ja, die weten ook niet beter. Die zullen ook nooit eens met vieze kleren of smerige handen thuiskomen wanneer ze buiten hebben gespeeld.’ ‘Ach wanneer ze wat ouder worden en wat vaker bij vriendjes en vriendinnetjes thuiskomen verandert dat wel, dan zien ze dat het ook anders kan,’ meende ik. ‘Nou, laten we het hopen,’ verzuchtte Eric-Jan, ‘gelukkig is het mooi weer, dan kunnen we tenminste buiten zitten.’ Hij begon te lachen, ‘Als ik bij hun in de tuin zit, hoop ik altijd dat er een vogel overvliegt en haar dan onderpoept. Kinderachtig hè?’

‘Nou nou, je gunt je zuster ook wel wat hè?’

‘Wat ik me afvraag is hoe ze ooit aan kinderen is gekomen, volgens mij moest mijn zwager vanaf een meter goed mikken. Maar verder is het wel een prima meid hoor, en ach tenslotte heeft iedere gek zijn gebrek.’ Hij legde zijn pasje op het pinapparaat en pakte zijn broodjes van de toonbank. ‘Ach,’ zei ik vergoelijkend, ‘Ze mag blij zijn dat ze een mens is, een strontvlieg met smetvrees dat is pas echt tragisch!’

 

Swing it out

Geplaatst op 27 juli, 2020 om 4:35 Comments reacties (0)

Swing it out

 

Marloes stond voor de toonbank, ze woonde in de Hectorstraat met haar man Lex. Ze kwamen oorspronkelijk uit de Achterhoek maar woonden alweer een aantal jaren in Amsterdam. Beiden waren midden veertig, Marloes werkte in de kinderopvang en Lex was hovenier bij een groot tuincentrum. ‘Heb je je een beetje vermaakt in het weekend?,’ vroeg ik. Marloes knikte enthousiast, ‘We hebben vrijdag nieuwe buren gekregen, een leuk stel, van onze leeftijd, ook zonder kinderen en die zijn gistermiddag een glaasje wijn komen drinken.’ Haar paardenstaart wipte vrolijk op en neer, ‘Lex gaat ze helpen met hun tuin. Nee, we zijn er heel blij mee, we hadden nooit problemen met onze vorige buurvrouw, maar die was bijna tachtig. Daar heb je toch ander contact mee. Nee, we zijn blij dat het nu een stel is van onze eigen leeftijd.’ Ze onderbrak zichzelf, ‘Doe er ook vier gevulde koeken bij, als je wilt.’ Ik pakte ze in. ‘Weet je wat ook zo leuk is?,’ ging ze verder, ‘wij gingen vroeger heel vaak dansen maar de laatste jaren eigenlijk nooit meer. Nou vertelde Gitta, zo heet de buurvrouw, dat zij echte swingers zijn. Ik vertelde dat wij daar ook dol op zijn en Gitta vroeg meteen om een avondje te plannen.’ Ik keek haar onderzoekend aan, ‘Jij hebt het toch over dansen?’ Marloes keek verbaasd, ‘Ja, dat zeg ik toch.’ Ik dacht even een tel na, ‘Maar zij had over swingers?’ Marloes knikte, nog steeds wat verbaasd. ‘Swingers zijn mensen die aan partnerruil doen, wist je dat?,’ formuleerde ik voorzichtig. Marloes keek mij met grote ogen aan, ‘Wat? Waar slaat dat nou op? Swingen is gewoon lekker uit je plaat gaan op de dansvloer.’ ‘Ja, ik wil je niet verontrusten maar het heeft wel degelijk een dubbele betekenis. Google het maar eens.’ Marloes kreeg een kleur, ‘Maar dat zullen ze toch zeker niet bedoelen?’ Ik trok mijn wenkbrauwen op, ‘Ik heb natuurlijk geen idee, maar het lijkt me wel een verschil,’ ik lachte, ‘alleen al in schoeisel.’ Twee dagen later was Marloes weer in de winkel, ze wachtte even tot er geen andere klanten meer stonden, ‘Goh wat ben ik blij dat jij me gewaarschuwd hebt. Ik vroeg aan Gitta zo langs mijn neus weg waar we dan zouden dansen, ze begon te lachen en zei “Dat heet swingen, schat. En we kunnen het hier doen of bij ons thuis, net wat jullie liever hebben.” Toen wist ik natuurlijk genoeg, ik heb gezegd dat ik dansen bedoelde en dat er dus sprake is van een misverstand. Ja weet ik ook veel, in de Achterhoek heb je zulke dingen niet.’ ‘Nou volgens mij heb je dit overal, hoor,’ zei ik, ‘alleen gaat het daar waarschijnlijk wat meer in het geniep.’ Marloes liep naar de deur, ‘Maar als Lex daar de tuin gaat doen, ga ik wel mee, ik vertrouw haar voor geen stuiver.’ Ik lachte, ‘Om te swingen heb je ook minimaal vier mensen nodig.’ Marloes lachte ook, ‘Ja, dat weet ik nu ook, pfff gelukkig net op tijd.’

 

Wimpie

Geplaatst op 20 juli, 2020 om 4:40 Comments reacties (0)

Wimpie

 

Ik verwachte Govert al, en hij kwam inderdaad al vroeg de winkel in. Hij keek mij vorsend aan door zijn zware bril, ‘Heb je het gehoord van Wimpie?’ Ik knikte, ‘Dat is nou typisch een tragisch einde aan een tragisch leven.’ Govert slikte, ‘Het was een moordgozer, echt een klootzakkie met een gouden hart. Je kon nooit boos op hem worden…, hij flikte van alles maar op het veld gaf hij altijd meer dan honderd procent. Hij kwam natuurlijk uit een arm gezin, hij speelde bij de pupillen samen met Jopie (Cruijff BB) en hij speelde op een gegeven moment met te kleine kicksen, bij Ajax zeiden ze dat hij nieuwe moest kopen maar thuis hadden ze weer eens geen poen. Tot Ajax zei dat als hij nu geen andere kicksen zou kopen hij kon vertrekken. Jopie vertelde dat thuis en toen heeft Manus (vader Cruijff BB) andere kicksen voor hem gekocht.’ Govert schudde zijn hoofd, ‘Het was natuurlijk de tijd voor Cor Coster, zaakwaarnemers bestonden nog niet in de voetballerij, en Wimpie kon totaal niet met geld omgaan. Logisch ook, thuis hadden ze nooit geld gehad. Toen trouwde hij met Maja.’ Hij staarde even mijmerend voor zich uit, ‘Dat was toen echt de seksbom van Amsterdam, goh wat was dat een spetter. Maar weet je, volgens mij hielden ze echt van elkaar. Maar ja, Wimpie kon al die meiden die toen om hem heen dansten natuurlijk niet weerstaan, het was ook een knappe jongen om te zien hè. Hij begon toen nog een sportzaak op het Beukenplein, daar moest natuurlijk ook weer een schip met geld bij.’ Ik knikte, ik woonde daar toen vlakbij. Govert zette zijn bril af en wreef over zijn ogen, ‘Hij werd nog assistent-trainer bij Heerenveen maar Foppe kon niet met hem overweg. Moet je nagaan, Foppe die niet eens zijn schoenveters zou mogen vastmaken, met z’n uitgestreken smoel…’ Weer schudde hij vol ongeloof zijn hoofd, ‘Hij kon het goed vinden met George Best, hij heeft ook nog in een café van hem gewerkt, dat waren eigenlijk een soort broertjes… Die levens liepen nagenoeg parallel, twee gouden jongens die de weelde niet aan konden door hun afkomst.’ Ik had ondertussen zijn speltbroodje gesneden en legde het op de toonbank. Govert haalde zijn pinpasje uit zijn portemonnee en betaalde. Hij pakte zijn broodje van de toonbank en liep naar de deur, ‘Als er een hemel is dan is Wimpie daar nu beslist, en als ze daar een voetbalteam hebben staat ie morgen al opgesteld.’

 

Ronald

Geplaatst op 22 juni, 2020 om 7:50 Comments reacties (0)

Ronald


Ronald kwam wat gejaagd de winkel binnen. Hij was de zoon van Gré die in de Amazonenstraat woonde. Toen wij hier begonnen met onze zaak was Ronald een jaar of vijf dus wij kenden hem inmiddels al vijfentwintig jaar. Een jaar of vijf geleden was hij op zichzelf gaan wonen in Amstelveen. Hij keek mij met grote ogen aan, ‘Weet jij wie er vanmiddag bij mijn moeder is?’ Ik antwoordde dat ik geen idee had. ‘Ik ging bij mijn moeder naar binnen, ik heb nog steeds een sleutel, en ik loop de kamer in. Daar zag ik niemand maar ik hoorde geluiden uit de slaapkamer die niets te raden overlieten. Ik ben als een speer weer naar buiten gegaan en heb een half uur in mijn auto zitten wachten,’ hij slikte, ‘toen zag ik een vent naar buiten komen, een van begin zestig, denk ik. Hij stapte in een blauwe Saab. Eerst wilde ik meteen weer naar binnen stormen maar toen dacht dat ik misschien beter eerst een kop koffie kon drinken en er met iemand over praten. Nou ja, toen dacht eigenlijk aan jullie…’ Het klonk wat bedremmeld. ‘Nou dan zal ik eerst maar even koffie inschenken, wat heb je er in?,’ vroeg ik. Ik draaide me om en gaf Ronald op die manier even de tijd om tot zichzelf te komen. Terwijl hij in zijn koffie roerde vroeg hij, alweer wat rustiger, ‘Wat vind jij hier nou van?’ ‘Wat moet ik hier van vinden? Je moeder is een volwassen, zelfstandige vrouw. En misschien is die man wel een heel aardige kerel, dat weet je niet.’ Ronald spreidde zijn armen, ‘Maar ze is achtenvijftig. En trouwens, ik spreek haar twee, drie keer in de week en ze heeft nooit iets over een man gezegd.’ ‘Kom op hé,’ zei ik, ‘waarom zou je op je achtenvijftigste geen seks kunnen hebben? En dat ze jou nog niets verteld heeft, misschien wil ze eerst meer zekerheid voor ze jou wat vertelt of is ze een beetje angstig voor jouw reactie. Maar ze heeft natuurlijk geen toestemming nodig van wie dan ook, ook van jou niet.’ Ronald knikte, ‘Maar zeg nou zelf, je staat toch raar te kijken wanneer je zo binnen komt.’ Ik begon te lachen, ‘Jij wou je moeder verrassen, nou zij heeft jou verrast.’ Ronald trok een scheef glimlachje, ‘Maar wat moet ik nou tegen haar zeggen?’ ‘Niets, geef haar de tijd, als het serieus wordt hoor je het wel. Maar ga je weer langs zou ik eerst even bellen, dat voorkomt pijnlijke situaties zoals deze.’ Ronald knikte terwijl hij zijn koffiebeker in de afvalbak gooide. ‘Nou ik ga maar eens bij haar kijken,’ zei hij met een zucht. ‘Maar ja, ze zal vast goed te spreken zijn.’

 


Rss_feed