Bakkerij Blankendaal

Bakkerij Blankendaal, waar bakken nog een ambacht is...

Bij ons in Zuid...

 

Een bakker is soms net een mens en net als de meeste mensen hebben zij ook hobby’s. Eén van mijn hobby’s is schrijven, dus hoop ik u wekelijks te verrassen met een stukje onder de rubriek Bij ons in Zuid…

 

Er zijn van mij ook twee boeken verschenen:

Help mijn dochter pubert (ook in het Engels verschenen)

en

Oh, Eerwaarde

Beiden zijn te koop bij elke erkende boekhandel, bij Bol.com, bij Ako.nl, bij Bruna.nl, etc.

Mocht u een gesigneerd exemplaar willen kunt u altijd een boek in onze winkel kopen, ik signeer het dan graag voor u!

Een aantal van de eerder geplaatste stukjes in deze rubriek zijn gebundeld in het boekje 

Zadelpijn in Zuid.

Dit boekje is bij ons te koop voor 14,95

 

Uiteraard zijn deze verhaaltjes pure fantasie en niet gebaseerd op de werkelijkheid

overzicht:  volledig / samenvatting

Kwetsbaar

Geplaatst op 25 mei, 2020 om 6:15 Comments reacties (0)

Kwetsbaar


 

Joke vroeg om haar gebruikelijke speltbroodje. Ze was een opgewekte vrouw van begin zeventig en woonde in de Hectorstraat. Bij de plantenbakken, en dus op anderhalve meter, stond Ad te wachten op zijn beurt. Hij was midden zeventig, weduwnaar, woonde in de Argonoutenstraat en een goedlachse Amsterdammer. Joke keek wat zorgelijk richting Ad, ‘En mijnheer, ziet u nog iemand in deze Coronatijd?’ ‘Ach, het is natuurlijk allemaal waardeloos, maar ja je moet er maar het beste van maken.’ ‘Ik mis vooral mijn kleinkinderen, ja via de computer zie ik ze wel twee keer per week maar dat is heel wat anders dan wanneer ze bij je op schoot zitten en honderduit kletsen. Een beetje zwaaien en dag oma roepen en dat was het dan wel weer.’ Ad knikte, ‘Dat gaat bij mij precies hetzelfde, het is natuurlijk beter dan niets maar eigenlijk heb je er geen malle moer aan.’ Hij haalde zijn brede schouders op, ‘Tja, ineens ben je een risicogevalletje, je zit in de zogenaamde kwetsbare groep. Ik zeker, ik ben in de zeventig, zeker dertig kilo te zwaar en hartpatiënt. Nou tel je zegeningen.’ Hij begon te lachen, ‘Mijn moeder zei altijd die Ad van ons is zo sterk als een beer. Wat zou ze lachen als ze nu hoorde dat ik kwetsbaar ben.’ Joke lachte ook, ‘Ja u ziet er nou niet bepaald kwetsbaar uit, Hollands welvaren zou ik eerder zeggen.’ ‘Zeg alsjeblieft Ad, ik had je buurjochie kunnen zijn.’ ‘Ik heet Joke, je buurmeisje zal ik dan ik dan maar zeggen,’ zei Joke vrolijk. Ze pakte haar speltbroodje van de toonbank en liep naar achter de plantenbakken waarop Ad doorschoof naar de toonbank, ‘Wacht effe, heb jij wat te doen vanochtend?’ Joke maakte een wegwuifgebaar, ‘Ik zou niet weten wat.’ Ad keek opgewekt, ‘Zullen we bij jou een bakkie koffie doen, dan neem ik wat lekkers mee van Bert. Je mag nu weer iemand thuis ontvangen en die anderhalve meter is ook geen probleem want ik was van plan om het wel in het nette te houden.’ Ze lachten beiden hardop. Ad kocht nog een flink stuk kaneelcake en even later liepen ze gezellig pratend richting de Stadionweg. Ze zagen er niet bepaald kwetsbaar uit.

 

Een apart stel

Geplaatst op 18 mei, 2020 om 4:45 Comments reacties (0)

Een apart stel


Je zag ze iedere dag een paar maal langs komen, de vrouw in haar rolstoel en de man er achter. Hij liep altijd met een tempo alsof hij nog een tram moest halen. Ze woonden in de Amazonenstraat. In de winkel kwamen ze nooit, en als je op straat groette kreeg je hooguit een knikje terug. De enig met wie ze nog een beetje contact hadden was hun benedenbuurvrouw Truikje, ‘Maar ik ben nog nooit bij ze binnen geweest, hoor. En ik heb ze vaak genoeg uitgenodigd voor een bakje koffie maar dat hebben ze ook nooit gedaan. Ze zijn vreselijk op zichzelf.’ De vrouw had een hersenbloeding gehad en was zwaar suikerpatiënt en hij was een gepensioneerde ambtenaar. Ze hadden geen kinderen, en weigerden thuiszorg. De enige die er wel eens over de vloer kwam was de huisarts. Op een dag vertelde Truikje dat de toestand van de vrouw hard achteruit ging, ‘De huisarts is gisteren twee keer bij haar geweest.’ De volgende dag gingen ze toch weer een paar maal voorbij, nog steeds in hetzelfde hoge tempo. Een paar dagen later stond er een ambulance voor de deur en werd de vrouw opgehaald. ‘Ik heb mijn buurman gistermiddag opgewacht en hem min of meer gedwongen om bij mij binnen een kopje koffie te drinken. Hij vertelde dat zijn vrouw niet meer thuis zou komen. Ze moest eerst een paar dagen in het ziekenhuis blijven en daarna zou ze naar een verpleeghuis gaan. Het was wel zielig hoor, hij huilde als een klein kind. Ik vroeg of hij dan niet in een aanleunwoninkje of zoiets bij haar kon gaan maar dat had hij ook al gevraagd en dat was niet mogelijk. Moet je nagaan Bert, ze zijn vierenzestig jaar getrouwd. Het is wel een apart stel maar dit vind ik toch wel enorm triest.’ Ik kon het alleen maar beamen. Twee weken later deed de overbuurvrouw van de Stadionweg ’s ochtends de gordijnen open. Daar zag ze hem hangen, tussen de deuren naar het balkon.

 

Froger

Geplaatst op 11 mei, 2020 om 5:35 Comments reacties (0)

Froger


‘Heb je René Froger nog gehoord over de strop die hij heeft nu de concerten van de Toppers niet doorgaan? Die gast zou zich toch helemaal de pletter moeten schamen met al z’n miljoenen op de bank!’ Marcel keek me verontwaardigd aan. Hij was een vijftiger en werkte in de horeca, en zat nu ook al zeven weken thuis. De eerste week was hij nog naar de zaak geweest om wat te schilderen en op te knappen maar daarna zat hij zich thuis te verbijten op de Stadionweg. Ik keek hem aan, ‘Natuurlijk hoef je met Froger geen medelijden te hebben, maar er zit natuurlijk wel een heel team om de Toppers. Denk eens aan de decorbouwers, de kostuumontwerpers, de mensen van het licht en het geluid. Ik hoorde dat er met de Toppers een omzet van vijfentwintig miljoen wordt gedraaid, dat geld gaat natuurlijk echt niet allemaal naar de zangers daar moet een heel team van eten en dan heb ik het nog niets eens over de mensen van het stadion en de catering en al diegene die ik nu ongetwijfeld nog vergeet. Die hele organisatie heeft nu natuurlijk een strop.’ Marcel keek verrast, ‘Dat is inderdaad wel zo, maar dan snap ik nog niet dat die Froger het naar buiten moet brengen.’ Ik haalde mijn schouders op, ‘Hij is nu eenmaal de frontman van dat hele circus, trouwens wanneer je een of andere geluidsjongen naar voren schuift krijg je totaal geen publiciteit en met Froger wel. Zo werkt het nu eenmaal.’ Marcel knikte wat onwillig, ‘Je zult wel gelijk hebben, en ik moet eerlijk zeggen dat ik zo ver niet gedacht had maar het kwam op mij heel irritant over.’ Ik begon te lachen, ‘Ik heb helemaal niets met de Toppers en ik had nooit verwacht dat ik het nog eens voor ze op zou nemen.’ Marcel lachte nu ook, ‘Als die concerten ooit weer beginnen vind ik toch dat ze jou wel twee vrijkaartjes mogen geven.’ ‘Oké,’ zei ik, ‘en omdat ik er toch niet om geef krijg jij ze dan van mij.’ Marcel pakte zijn broodje van de toonbank. ‘Daar houd ik je aan,’ lacht hij.

 

Betty

Geplaatst op 18 april, 2020 om 7:10 Comments reacties (0)

 

Betty

 

Betty was een mooie jonge vrouw. Ze was begin dertig en werkte als freelancer voor diverse bladen en kranten. Ze moest dagelijks naar vergaderingen, bijeenkomsten en feesten om daar dan thuis een verslag van te maken. Iedere ochtend kwam ze een croissantje en vier harde broodjes halen plus een of andere koek voor bij de koffie. Ze zag er altijd uit als door een ringetje te halen: goed gekapt, goed gekleed en mooi opgemaakt zonder dat het opviel. Maar net als iedereen zat ze nu thuis. Ze kwam wel iedere ochtend haar broodjes halen maar ze droeg nu een joggingbroek met een slobberige fleecetrui. Haar haren piekten alle kanten op, ze droeg geen make-up, geen sieraden, kortom ze was amper nog herkenbaar. Ze werd ook steeds depressiever, in het begin mopperde ze wel wat maar de laatste dagen was ze ronduit chagrijnig. Ze had bijna geen geld meer, contracten werden opgezegd, er was nog steeds geen uitzicht op het einde van de uitbraak, enz., enz. Gisteren kwam haar buurvrouw in de winkel en die begon over Betty, ‘Het is toch niet te geloven hoe die veranderd is, van een mooie jonge meid is ze nu gewoon een slons.’ Toen Betty de volgende dag weer in de winkel kwam zat haar fleecetrui vol met vlekken. ‘Gaat het wel een beetje met jou?,’ vroeg mijn vrouw voorzichtig. Betty keek haar aan en begon te huilen. ‘Ik weet het niet meer,’ snikte ze. ‘Ik verlies steeds meer opdrachten, spreek geen hond en sta rood bij de bank.’ Mijn vrouw riep mij uit de bakkerij om de winkel even over te nemen. Zelf ging ze met Betty naar de bakkerij, zette haar op een stoel en pakte zelf ook een stoel die ze twee meter verder neerzette. Ze schonk twee kopjes koffie in en drukte eer een bij Betty in d’r handen. Betty veegde met haar mouw haar tranen weg, ‘Sorry hoor, maar ik zie het even helemaal niet meer zitten.’ Mijn vrouw knikte. ‘Al mijn opdrachten zijn gecanceld, er zijn dagen dat ik niemand spreek, ik weet het echt niet meer.’ Mijn vrouw nam bedachtzaam een slokje koffie, ‘Als jij nu eens in de spiegel kijkt, je ziet er niet uit. Zorg nou eerst eens dat je iedere dag schone kleren aan trekt, en dan bedoel ik gewone kleren en niet een kloffie dat je draagt als je de zolder opruimt. Verzorg je haar weer een beetje, zodat wanneer je iemand ontmoet, gewoon op straat of via skype, hij of zij een normale indruk van je krijgt. Wanneer je jezelf goed verzorgd, voel je je al veel beter. Zo werkt dat nu eenmaal. En bedenk, dat er heus wel weer andere tijden komen. Kijk, heb je corona dat heb je pas echt een probleem. Wees blij dat je nog gezond bent, leer om te gaan met tegenslag, dan kom je er juist sterker uit.’ Betty knikte, ‘Je hebt wel gelijk maar ik vind het wel moeilijk.’ Ze stond op, ‘Bedankt voor de koffie, ik zou je eigenlijk een knuffel willen geven maar dat kunnen we beter maar niet doen.’ Mijn vrouw lachte terwijl ze ook opstond, ‘Die houd ik wel van je tegoed. En nu ga ik mijn man weer aflossen.’ Inderdaad kwam Betty de volgende weer gewoon gekleed in de winkel. En twee dagen later vertelde ze dat een magazine haar had gevraagd een reportage te maken over een beroemde kok tijdens de coranacrisis. ‘Dat gaat allemaal via skype, en weet je, ik kreeg nog een complimentje dat ik er zo goed uit zag ook.’

 

Tijd

Geplaatst op 6 april, 2020 om 5:40 Comments reacties (0)

Tijd

 

MOCHT U DOOR HET CORONAVIRUS NIET IN STAAT ZIJN (OF NIET DURVEN) OM NAAR DE WINKEL TE KOMEN, NEEM DAN EVEN CONTACT OP. WIJ PROBEREN DAN UW BESTELLING BIJ U TE BEZORGEN.


Deze tekst stat bij ons op de toonbank en op onze site. En toch… Ik werd gisteren gebeld door een mevrouw, die ik niet kende maar ze klonk nog niet echt bejaard, met de vraag of we vandaag een half knipwit konden bezorgen. Ik zei dat we dat wel wilden doen en vroeg haar adres. Ze gaf het maar zei ze erbij, ‘Het moet dan om tien over tien gebracht worden.’ ‘Dat kan ik niet precies beloven,’ antwoordde ik, ‘het hangt toch niet op een tijd, u bent immers toch thuis.’ ‘Nou om tien over tien wel, ik ga om tien voor half elf weg en weet niet wanneer ik weer thuiskom. Maar dat maakt niet uit want tenslotte ben ik een klant, en ik maak uit wanneer ik mijn boodschappen wil hebben en niet een winkelier.’ Ik haalde diep adem, ‘Mevrouw, in deze tijd geven wij als extra stukje service de mogelijkheid om uw brood te laten bezorgen. Wij rekenen zelfs geen bezorgkosten, wij doen het puur om in deze rare tijd bejaarde en kwetsbare mensen te helpen. Maar wij kunnen geen tijd afspreken wanneer wij tijd hebben om langs te komen.’ Het klonk misschien wat geïrriteerd, maar dat was ik ook. De mevrouw leek dat niet te beseffen, ‘Ja hoor eens, wilt u verkopen of niet?’ ‘Ik wil graag verkopen, maar u denkt toch niet dat wij nog iets verdienen aan uw halfje wit als wij dat komen bezorgen? Dat hindert ook niet, wij geven graag in deze tijd wat extra service maar wij laten ons niet commanderen.’ ‘Nou dan vind ik het geen wonder dat iedereen tegenwoordig naar de supermarkt gaat, als u zo met uw klanten omgaat…’ Ik was het helemaal zat, ‘Dan moet u dat maar doen, veel succes mevrouw,’ en ik drukte de telefoon uit. Gelukkig is dit een uitzondering, de meeste mensen waarderen het enorm en voor die mensen doen wij het!

 

Zuster

Geplaatst op 30 maart, 2020 om 5:25 Comments reacties (0)

Zuster

 

Ad kwam al vroeg de winkel binnen. Hij werkte bij de ABN-AMRO en werkte nu dus vanuit huis. Hij was getrouwd met Ploni die werkte in het Vumc. Ze waren beiden midden vijftig en we kenden ze al zeker vijfentwintig jaar. ‘Gaat het nog een beetje voor Ploni?, vroeg ik terwijl ik zijn brood in de snijmachine deed. Ad vertrok even zijn gezicht, ‘Gisteren kwam ze thuis, en ging rustig op de bank zitten maar toen ik met een kopje thee kwam begon ze ineens te huilen. En niet zo maar huilen, nee met van die lange uithalen. Ik schrok er van en toen vertelde ze van een man die lag te sterven op de IC. Er mocht geen familie bij en niemand die op hem lette, het was veel te hectisch allemaal. Ploni hield zijn hand vast, en met haar andere hand streelde ze hem zachtjes. Ze werd geroepen dat ze moest assisteren bij een andere patiënt maar zij dacht ik laat die man niet alleen en eenzaam sterven. Moet je nagaan, ze kende die man niet…, maar ze dacht ik blijf bij hem tot het afgelopen is.’ Ad slikte, ‘Ze heeft natuurlijk al heel veel sterfgevallen meegemaakt, maar dit is heftig hoor.’ Ik knikte begrijpend, woorden waren nu even niet nodig. Ad schudde zijn hoofd, ‘En nu is ze alweer aan het werk, ik weet het niet hoor… Ik ben bang dat ze vandaag of morgen in elkaar stort. Dit is allemaal zo heftig. Negenenzestig was hij…’ Hij pakte zijn pinpas om af te rekenen. ‘Thuis wil ze eigenlijk alleen maar programma’s zien over dat corona. Ik zet dan wel een filmpje op waar je een beetje om kunt lachen maar volgens mij dringt dat toch niet echt tot haar door. Ze is als de dood dat ze straks moeten selecteren wie wel en wie niet nog naar de IC mag. En ze is ook nog eens bang dat ze het virus mee naar huis neemt en mij besmet…, dan heb ik niemand meer zegt ze. Nou zie haar dan maar eens op te beuren. Aan de ene kant probeer ik begrip te tonen maar aan de andere kant probeer ik het dan ook weer te sussen, moeilijk hoor allemaal.’ Hij liep naar de deur, ‘Weet je Bert, dat klappen voor de zorg is allemaal wel aardig maar niemand kan beseffen wat er werkelijk speelt op zo’n IC.’ ‘Nee, natuurlijk niet,’ zei ik, ‘het is eigenlijk een vorm van machteloosheid. Het is wel een uiting van waardering maar meer kunnen wij ook niet doen.’ Ad knikte en stak zijn hand op, ik wenste hem sterkte.

 

Juf mama

Geplaatst op 23 maart, 2020 om 10:30 Comments reacties (0)

Juf mama

 

Een moeder, halverwege de dertig, kwam in de winkel met haar dochtertje van een jaar of acht. De moeder bestelde twee speltbroodjes en terwijl ik die sneed, hoorde ik het dochtertje vragen om een chocolademuffin. ‘Dat mag wel, maar dan mag je hem pas opeten na het schoolwerk,’ antwoordde haar moeder. Het meisje knikte verheugd. Haar moeder wendde zich tot mij, ‘Het is wel een heel gedoe, dat lesgeven, maar ja het moet nu eenmaal.’ Ik knikte, ‘Het is nu eenmaal niet anders, alles staat nu een beetje op zijn kop.’ ‘Ik probeer om er zoveel mogelijk structuur in te brengen, eerst samen ontbijten, dan twee uurtjes les dan een pauze, dan de lunch, daarna gaan we samen boodschappen doen en dan weer twee uurtjes les. Maar ja, het is soms best wel lastig.’ ‘Nou ik vind dat je het zo mooi oplost, want het is inderdaad heel belangrijk dat die kinderen structuur vasthouden, dat hebben ze juist nu nodig.’ De moeder lachte, ‘Wanneer ik les geef noemt ze mij juf mama. En zodra de les afgelopen is ben ik weer gewoon mama. En het gekke is dat ze dat gewoon uit zichzelf al doet, ik heb het maar een keer hoeven zeggen en ze pikt het op alsof het de gewoonste zaak van de wereld is.’ Ik lachte ook, ‘Zo zie je maar weer hoe flexibel kinderen zijn, ze passen zich zo makkelijk aan bij veranderende omstandigheden. Daar kunnen wij nog wat van leren.’ Ik richtte me tot het meisje, ‘Hoe is het, heb je een beetje lieve juf?’ Het meisje knikte heftig, ‘Op school heb ik juf Maya en juf Jose en thuis heb ik juf mama.’ ‘En wie is nou de liefste?,’ vroeg ik. Het meisje keek even onderzoekend naar haar moeder, ‘Juf mama,’ zei ze toen beslist.

 

Pa

Geplaatst op 20 maart, 2020 om 4:45 Comments reacties (0)

Pa

 

Er stopte een mooie zwarte Dodge Ram voor de winkel. De man die er uit stapte droeg een werkbroek, een geruit overhemd en een bodywarmer met de naam van het bedrijf erop geborduurd. Op zijn hoofd droeg hij een petje waarop eveneens de bedrijfsnaam stond. Hij kwam gehaast de winkel binnen en bestelde een kop koffie, een Bossche bol en twee warme saucijzenbroodjes. Hij ging aan de koffietafel zitten en begon gretig aan het gebakje. ‘Ik moest vanochtend bij de school van mijn zoon komen,’ zei hij met volle mond. ‘Die trut belde vrijdagavond op dat ik om negen uur moest komen. Ik zeg tegen haar: ik moet helemaal niks. Maar goed, ik ben toch maar even langs gegaan.’ Ik liep naar de bakkerij om zijn saucijzenbroodjes uit de oven te halen en zette ze op een bordje bij zijn koffie. ‘Wat denk je dat die trut tegen mij zei?,’ vroeg hij. Ik had natuurlijk geen idee. ‘Mijn zoon had op school verteld dat ik hem wel eens een ram voor zijn kop geef en nou kwam juf trutje mij even vertellen dat dat niet was toegestaan.’ Hij keek mij verontwaardigd aan. ‘Kijk bakker, dat weet jij zelf ook wel, wij zijn allemaal opgegroeid met nu en dan een flink pak op je sodemieter, waar of niet. Daar word je nou eenmaal een grote jongen van, toch?’ Hij keek vragend naar mij op. ‘Nou,’ begon ik voorzichtig, ‘ik ben eerlijk gezegd zo goed als nooit geslagen. Ik zal wel eens een draai om mijn oren gehad hebben maar een pak slaag heb ik nooit gehad.’ De man keek mij vorsend aan, ‘Of je liegt, of je hebt het helemaal verdrongen of jouw ouders waren van die softe hippies. Anders kan het niet.’ In gedachten zag ik mijn ouders al als hippies, mijn moeder met bloemetjes in d’r haar en mijn vader in een Afghaanse stinkjas. Ik begon te lachen, ‘Ik geloof gewoon niet in slaan, als mijn kinderen vervelend waren stuurde ik ze naar hun kamer of, als ze het heel bont hadden gemaakt, mochten ze niet naar de tafeltennisclub. Maar slaan, nee dat vind ik niet nodig.’ Ik had bijna gezegd dat vind ik primitief maar dat kon ik gelukkig nog binnenhouden. De man had in vier happen beide saucijzenbroodjes weggewerkt en schudde al kauwend zijn hoofd. ‘Weet je wat nou nog het ergste is, die trut dreigde ermee om de politie in te schakelen als ze nog een keer zoiets hoorde van mijn jongen.’ Hij grijnsde even toen zei hij verbeten, ‘Nou ik zal het hem vanavond wel even afleren om nog één keer bij die trut te klagen.’ Ik dacht bij mezelf: Hij kan het ook niet helpen, beschaving kan pas beginnen waar domheid ophoudt.

 

Lammetje

Geplaatst op 14 maart, 2020 om 7:10 Comments reacties (0)

Lammetje

 

‘Er is een lammetje geboren bij opa en ik heb het gezien!.’ Voor de toonbank stond een meisje van een jaar of acht, donkerblond haar in een paardenstaart en een paar enthousiaste ogen. Haar moeder stond achter haar. ‘Zo, dus je opa heeft een lammetje en jij was er bij toen het geboren werd, dat is wel heel erg geluk hebben,’ reageerde ik. Het meisje knikte, ‘Hij komt gewoon uit z’n kont, en dan is hij helemaal nat.’ ‘En wat voor kleur is het?,’ vroeg ik. ‘Zwart met wit,’ zei ze, ‘ik dacht dat het een kalfje was maar opa zei: nee, het is een lammetje .’ ‘Mijn ouders hebben een boerderij in Noord-Holland,’ verduidelijkte haar moeder, ‘en daar waren we gisteren. Nou toen trof Anja het want toen werd er net het eerste lammetje geboren.’ Ik knikte begrijpend. Het meisje vertelde enthousiast verder of het hokje waar het lam met zijn moeder nu in stond, over een lamp die daar hangt om het lam warm te houden, over hoe het bij zijn moeder drinkt, ‘De moederschaap heeft melk in haar buik en die drinkt het lammetje weer op.’ Ik dacht terug aan mijn verkeringstijd, mijn vrouw woonde op een boerderij en ik had daar als echte stadsjongen totaal geen sjoege van. Maar het boeide wel, en binnen een half jaar hielp ik al met afkalveren. Wel maakte ik nog fouten zoals praten over een geit terwijl het een bok was, of het verschil tussen hooi en stro niet te kennen, wat altijd tot hilariteit leidde. Voor stadskinderen is het geweldig om af en toe een boerderij te bezoeken, nog steeds denken sommigen dat roodbonte koeien chocolademelk geven en zwartbonte gewone melk. ‘En hoeveel schapen moeten er nu nog lammeren bij opa?’, vroeg ik. Het meisje keek even peilend naar haar moeder, ‘Nog duizend,’ zei ze aarzelend. Haar moeder begon te lachen, ‘Nee lieverd, opa heeft drieënveertig schapen.’ ‘Nou dan komt opa de komende weken veel slaap tekort,’ zei ik. Haar moeder knikte, ‘Ja, mijn vader is altijd blij als de lammertijd weer achter de rug is. En natuurlijk maar hopen dat er geen potlammeren tussen zitten.’ Ik knikte, ik wist dat je dan om de paar uur met een fles moest komen om het lam te laten drinken. Het meisje wist dat echter niet, ‘Mam, een lammetje poept gewoon op de grond hoor, die passen niet eens op een potje!’

 

Juf Brenda

Geplaatst op 2 maart, 2020 om 11:40 Comments reacties (0)

Juf Brenda

 

Een moeder en een dochter, midden vijftig en begin dertig, zaten een kopje koffie te drinken. Ze hadden er beiden een appelflap bij. Het bleek al gauw dat de moeder uit een dorpje in Brabant kwam en dat de dochter pas verhuisd was naar Amsterdam. De moeder vertelde van het overlijden van Gert(een hele mooie begrafenis en zijn zoon uit Australië was er ook, die ken je echt niet meer terug), van een koe in de sloot aan de overkant en van de buurvrouw die nu achter een rollator loopt. De dochter deed of ze aandachtig luisterde maar je zag dat haar gedachten mijlenver afdwaalden. ‘Jos komt ook zeker twee keer per week langs, hij vraagt iedere keer naar jou. Ik moest ook de hartelijke groeten van hem doen,’ zei de moeder. Nu lichtten de ogen van de dochter op, ‘Nou doe hem maar de groeten terug,’ zei ze cynisch. ‘Hij vertelde dat hij je steeds probeert te bellen maar dat je nooit opneemt en ook nooit terugbelt als hij je voicemail inspreekt.’ Het klonk wat afkeurend. De dochter zuchtte diep, ‘Mam, daar moet je je niet mee bemoeien.’ ‘Maar jij zit hier in zo’n grote, gevaarlijke stad en dat als meisje alleen…,’ ze trok haar wenkbrauwen op, ‘vind je het gek dat iedereen in het dorp zich zorgen maakt. Vergeet niet iedereen kent je, je hoort niet anders dan hoe gaat het met juf Brenda?’ De dochters ogen leken nu wel twee tinten donkerder, ‘Ik ben geen meisje meer, mam. Ik ben verdorie tweeëndertig, en ik heb het hier prima naar mijn zin. Er gebeurt hier tenminste wat, heel wat beter dan in zo’n godvergeten dorp.’ Ze zag dat ze haar moeder nu gekwetst had en zei wat milder, ‘Heus mam, je hoeft je geen zorgen te maken. Ik heb hier een leuke school met fijne collega’s, een paar vriendinnen om mee te sporten, een paar vriendinnen om mee te stappen, echt mam ik red me prima.’ ‘Je gaat toch niet ’s avonds laat nog over straat hè?,’ vroeg de moeder bezorgd. Weer zuchtte de dochter diep, ‘Ja hoor, natuurlijk wel. En dan laat ik me oppikken door kale vent van meer dan twee meter met wel honderd tatoeages voor een gezellige gang bang.’ Ze legde haar hand op haar moeders arm, ‘Mam, je moet je niet zo bezorgd doen. Wie weet kom ik over een paar jaar wel weer terug,’ ze lachte, ‘met mijn vijf kinderen waarvan ik de vader niet weet.’ De moeder begon ook te lachen, ‘Ja spot er maar mee, maar dan hebben ze in het dorp wel wat om over te praten.’ Ze stonden op en liepen naar de toonbank om af te rekenen. ‘Hebt u ook dochters?,’ vroeg de moeder terwijl ze haar bankpasje uit haar portemonnee haalde. ‘Twee,’ antwoordde ik. ‘Nou dan heeft u mijn zorgen in het kwadraat,’ zei ze berustend. ‘Welja,’ lachte ik, ‘je moet maar zo denken, het kan altijd nog erger.’

 


Rss_feed